Kenmerken van Cowden bij Kinderen

De kenmerken die gezien worden bij kinderen met Cowden syndroom zijn anders dan de problemen die bij volwassenen gezien worden. Wat overeenkomt is dat er een grote verscheidenheid aan kenmerken is. Het ene kind heeft veel van de kenmerken, het andere kind (nagenoeg) geen. De laatste groep komt waarschijnlijk ook niet bij een arts, de vraag is zelfs of bij deze kinderen de diagnose wel gesteld zal zijn. De kenmerken hieronder beschreven zijn gedocumenteerd door kinderneuroloog Jolanda Schieving die meerdere kinderen met het Cowden syndroom behandelt.

 

Bepaalde kenmerken die hieronder beschreven worden, kunnen ook voorkomen zonder dat er sprake is van het Cowden syndroom of voorkomen in het kader van andere syndromen. Herkennen van kenmerken zegt dus niet automatisch dat een kind het Cowden syndroom zal hebben. Heb je na het lezen van dit artikel twijfels en nog geen diagnose neem dan contact op met een arts die mee kan denken wat er me je kind aan de hand kan zijn?

 

Kenmerken
De zwangerschap van kinderen met Cowden verloopt doorgaans niet anders dan normaal. De kinderen hebben vaak een hoger geboortegewicht dan gemiddeld en bij vier van de vijf kinderen is het hoofd veel groter dan gebruikelijk, de hoofdomtrek komt dan boven de groeicurves uit. Na de geboorte blijft het hoofd versterkt doorgroeien tot de leeftijd van 1,5 – 2 jaar, daarna loopt de groei parallel aan de groeicurve.

Kinderen met Cowden hebben vaak een hoog voorhoofd, licht afhangende ogen en een smalle kaak.

 

De ontwikkeling gedurende de eerste levensjaren is wat trager dan gemiddeld. Kinderen beginnen bijvoorbeeld later met lopen, maar gaan allemaal wel lopen voor de leeftijd van drie jaar. Dit hangt samen met de lagere spierspanning en de minder soepel verlopende aansturing van de spieren vanuit de hersenen. Door deze verlaagde spierspanning hebben baby’s met het Cowden syndroom vaak moeite met het optillen van hun hoofdje en hebben kinderen een bollere buikje. Jonge kinderen moeten goed ondersteund worden wanneer ze opgetild worden.

 

Het verwerken van wat kinderen zien, horen, voelen, ruiken en proeven kan bij kinderen met het Cowden syndroom trager verlopen dan bij kinderen zonder dit syndroom. Dit maakt dat ze vaak zich langzamer ontwikkelen en/of gemakkelijker gevoelig kunnen zijn voor te veel prikkels. Het verwerken van al deze prikkels wordt sensorische integratie genoemd.

Ook de spraakontwikkeling van kinderen met Cowden komt gemiddeld later op gang. Daarna kunnen de kinderen juist heel goed praten en is taal vaak hun sterkste kant. Veel kinderen hebben weinig spierspanning in hun mondgebied waardoor ze vaak een open mond hebben en mogelijk problemen met kauwen en slikken.

 

Kinderen met Cowden maken een bepaalde antistof (IgG) minder goed aan. Hierdoor zijn kinderen tot de kleuterleeftijd vatbaar voor infecties. Hierbij valt op dat de kinderen vaak infecties aan de oren en luchtwegen hebben. Een groot deel van de kinderen heeft buisjes nodig. Deze infecties worden ook vaak na het 4e levensjaar minder.

 

Een deel van de kinderen met het Cowden syndroom is bijziend en het komt voor dat de oogarts een streperige afwijkingen aan het netvlies kan zien.

 

Kinderen met het Cowden syndroom hebben meer dan gemiddeld slaap nodig en zijn over het algemeen rustige slapers.

 

Ongeveer 50% van de kinderen met Cowden volgt het speciaal onderwijs. Het is belangrijk om op school rekening te houden dat kinderen vaak sterker zijn in taal en vaak wat meer moeite hebben met ruimtelijk inzicht en rekenen. Belangrijk is om kinderen op het juiste niveau uit te dagen zodat over- en ondervraging wordt voorkomen. Vaak is het dus belangrijk om kinderen op gebied van taal op een ander niveau te bevragen dan op het gebied van rekenen en ruimtelijk inzicht.

 

Problemen met vasthouden van de aandacht komt vaker voor bij kinderen met Cowden syndroom dan bij kinderen zonder het syndroom van Cowden.

 

Over het algemeen zijn kinderen met Cowden vaak rustige kinderen, die het heerlijk vinden om alleen te spelen. Zij maken normaal contact met leeftijdsgenootjes, al is er een verhoogde kans op een stoornis in het autistisch spectrum. Kernautisme wordt niet vaker dan gemiddeld waargenomen bij kinderen met Cowden.

 

Kinderen met Cowden kunnen een verkromming van de wervelkolom (=scoliose) ontwikkelen. Het is belangrijk om daar vooral in periodes van snelle groei alert op te blijven.

 

In een klein aantal gevallen worden veranderingen op de huid gezien bij kinderen, dit kunnen kleine bobbeltjes zijn, café au lait vlekken, een aardbeivlek of een naevus anemicus. Dit worden er vaak meer in de puberteit.

 

Kinderen met Cowden syndroom zweten gemakkelijk. Dit verdwijnt meestal op de lagere schoolleeftijd.

 

Heb je na het lezen van dit artikel een vraag of opmerking, breng ons op de hoogte via het forum, of neem contact op met je arts.

 

Auteur: MZ
Inhoudelijke review: J. Schieving – Kinderneuroloog

Geplaatst in Artikelen